Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2007: Aeneas Vergilius

3c. De belofte van Jupiter (254-266)

254 Terwijl de vader van mensen en goden haar toelacht 255 met het gezicht/de gelaatstrekken, waarmee hij de hemel en stormen doet opklaren, raakte hij even de lippen van/voor zijn dochter aan, (en) vervolgens zegt hij het volgende: ĎHou op bang te zijn, Cytherea, ik zeg het je, het lot van de jouwen blijft onveranderlijk; je zult een stad zien en de beloofde muren van Lavinium, en jij zult de edele Aeneas omhoog brengen naar de sterren van de hemel; 260 en niet heeft een mening mij van gedachten veranderd. Hij, ik zeg het je, (want ik zal langer spreken, aangezien de rol/voor de geest haal zal ik de geheimen van het lot openbaren) zal een geweldige oorlog voeren in ItaliŽ en woeste volkeren vernietigen en voor de mensen gebruiken instellen en muren plaatsen 265 totdat de derde zomer hem zal hebben zien regeren in Latium en drie winters voor de RutuliŽrs, nadat ze zijn onderworpen, voorbij zullen zijn gegaan.í