Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2007: Aeneas Vergilius

3a. Venus beklaagt zich bij Jupiter om het lot van Aeneas (223-237)

223 En reeds was/kwam er een einde (aan), toen Jupiter vanaf het hoogste punt van de hemel naar beneden kijkend naar de door zeilschepen bevaren zee, de in de diepte liggende/uitgestrekte landen, 225 (en) de kusten en zich wijd en zijd uitstrekkende volkeren, zó op het hoogste punt van de hemel bleef staan en zijn ogen strak richtte op het rijk van Libië. En hem, die zich in dergelijke zorgen verdiepte, sprak Venus aan nogal bedroefd/bedroefder en haar stralende ogen nat van tranen: ‘O u, die de lotgevallen van (en) mensen en goden 230 bestuurt met uw eeuwige macht/gezag en met de bliksem bang maakt, wat voor ergs kon mijn Aeneas jegens u begaan, wat konden de Trojanen begaan, voor wie, na zoveel verliezen te hebben geleden, de gehele aarde wegens Italië wordt afgesloten? Zeker hebt u beloofd dat uit hen de Romeinen eens na verloop van jaren 235 leiders zouden zijn, uit hen, (nl.) van het herstelde bloed van Teucer, die de zee, die alle landen onder hun gezag moesten houden – Welke opvatting heeft u, vader, tot andere
gedachten gebracht?’