Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Epauxe > 3e Jaar

Tekst 1.7: Aristomenes en de vos

Aristomenes, die door de duisternis niets meer zag, legde zich neer en hulde zich in zijn mantel, terwijl hij zijn dood afwachtte. Op de 3de dag nam hij een geritsel waar en hij wikkelde zich uit zijn mantel. Omdat hij al door de duisternis kon zien , zag hij dichtbij een vos terwijl die aan de lijken knaagde. Omdat hij dus vermoedde dat er ergens voor het wilde dier een ingang was, wachtte hij af en hij liet de vos dicht tot bij hem komen. Maar wanneer het wilde dier dicht bij hem was, greep hij hem plotseling bij de staart en met de andere hand reikte hij, telkens als de vos zich omkeerde naar hem om te bijten, zijn mantel aan om in te bijten door die voor zich uit te werpen. Terwijl de vos liep, liep hij met hem mee en waar het te moeilijk was, liet hij zich door hem meetrekken. Tenslotte zag hij een gat geschikt voor de vos om erdoor te gaan en hij zaglicht door het gat. Dus hij liet de vos gaan en die vluchtte door het gat. Aangezien het gat te nauw bleek te zijn om ook aan hem een uitgang te bieden, maakte Aristomenes het gat met zijn handen groter en tenslotte ontsnapte hij naar huis.