Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Disco > Boek 1

Hoofdstuk 9, tekst a: Dido vertelt (versie 1)

Vroeger leefde ik met mijn echtgenoot Sychaeus in FoeniciŽ, waar mijn broer koning was. Op een dag, terwijl Sychaeus de goden vereerde, doodde mijn broer hem voor het altaar met een zwaard. Vervolgens verborg hij zowel het lichaam als de misdaad. Intussen was ik erg verdrietig. Waar was mijn echtgenoot Sychaeus? Dikwijls ging ik naar mijn broer en zei: "O broer, zeg mij, heb je Sychaeus gezien? Hij is niet naar huis teruggekeerd." Mijn broer antwoordde echter altijd: "Lieve Dido, huil niet; jouw echtgenoot zal spoedig terugkeren." Met deze woorden bedroog hij me lange tijd. Op een nacht, terwijl ik sliep, verscheen de schim van Sychaeus aan mij en zei: "Lieve Dido, jouw broer heeft mij om mijn goud gedood. Tevergeefs, want ik had mijn goud al eerder in de aarde verborgen. Nu is die schurk van plan ook jou te doden. Graaf het goud op uit de aarde en vlucht met vrienden naar Afrika!" Vervolgens toonde de schim mij, waar hij het goud had begraven. De volgende dag groef ik meteen het goud op en vluchtte met mijn vrienden hierheen. Koning Jarbas gaf mij een plaats, waar wij nu een nieuwe stad bouwen.