Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Disco > Boek 1

Hoofdstuk 9, tekst A (versie 7)

1 Vroeger leefde ik met mijn echtgenoot Sychaeus in Foenicië. waar mijn broer koning was.
2 Op een dag, terwijl Sychaeus de goden vereerde, doodde mijn broer hem voor het altaar met een zwaard.
3 Vervolgens verborg hij en het lichaam en de misdaad.
4 Intussen was ik erg verdrietig. Waar was mijn echtgenoot Sychaeus?
5 Vaak ging ik naar mijn broer en zei: ÄO broer, zegt mij,
6 heb jij Sychaeus gezien?” Hij is niet teruggekeerd naar huis.
7 Mijn broer antwoordde echter altijd: “Lieve Dido, wil niet huilen (huil niet).
8 Jouw echtgenoot zal spoedig terugkeren. Hij bedroog me lange tijd met deze woorden.
9 Op een nacht, terwijl ik sliep, verscheen de schim van Sychaeus aan mij en zei:
10 Dido lief, jouw broer heeft me om mijn goud gedood.
11 Tevergeefs, want mijn goud had ik al eerder op de aarde verborgen.
12 Nu is die schurk ook van plan jou te doden.
13 Jij gaat mijn goud op aarde opgraven en gaat samen met vrienden naar Afrika vluchten."
14 Vervolgens toonde die schim aan mij de plaats waar hij het goud had verborgen.
15 De volgende dag heb ik het goud meteen opgegraven en vluchtte ik met een bondgenoot hierheen.
16 Koning Jarbas heeft deze plaats aan mij gegeven waar we nu de nieuwe stad bouwen.