Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Disco > Boek 1

Hoofdstuk 13, vertaling toets

1. Proca, koning van Alba Longa, zijn twee zonen waren, Numitor en Amulius.
2. Numitor had een vreedzaam karakter, maar Amulius was een misdadige man.
3. Op een dag riep koning Proca zijn zonen bij zich en zei met een kleine stem:
4. "Lieve zonen, ik ben een oude man; spoedig zal ik mijn leven beëindigen. Daarom heb ik jullie bij me geroepen.
5. Ik wil nu mijn koninkrijk en rijkdom verdelen onder jullie. Numitor, omdat jij de oudste bent, wil ik jou mijn koninkrijk geven, en aan jou, Amulius, mijn rijkdom. Zeg mij, Numitor: wil jij mijn koninkrijk hebben?" Numitor zei echter niks, omdat de woorden van zijn vader hem zeer bedroefd maakte. Amulius dacht snel na: een koninkrijk zonder rijkdom is niks waard. Daarom riep hij uit: vader, ik wil de rijkdom. Numitor zweeg echter en ging bedroefd weg. Zo kreeg Numitor, nadat Proca zijn leven had beeindigd, het koninkrijk, en Amulius de rijkdom.