Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Disco > Boek 1

Hoofdstuk 13, teskt B: Romulus en Remus geree

Amulius zat in zijn donkere paleis. Hij was nu koning, maar hij was niet blij met de macht.
Angstige zorgen kwelden hem aan één stuk door, omdat hij zijn broer had verdreven uit het koninkrijk en de zoon van zijn broer had gedood.
Plotseling kwamen twee verschrikte slaven het paleis binnen en berichten Amulius:
'O koning, wij hebben een wonder aanschouwd!
Rhea Silvia, een Vestaalse maagd, heeft een tweeling gebaard!'
Amulius sprong woedend op en schreeuwde met een luide stem:
Wat hebben jullie gezegd? Hoe kan een Vestaalse maagd kinderen baren? Wie is de vader van de jongens? Ik beveel jullie: keer meteen terug, jullie moeten de jongens doden, leg de lichamen van hen in de rivier de Thibe.
Echter hebben de slaven de goddeloze bevelen niet gehoorzaamd, zij hebben de jongens in een mandje geplaatst, en haar in de Thibe gelegd. Met de hulp van Mars is het mandje in de oever van de rivier gelegd, waar een wolvin haar heeft gevonden.
De wolvin heeft de jongens gevoed en zo heeft zij hen gered.
Later heeft een herder hen gezien en hij heeft hen met zich mee in zijn kleine hut gedragen. Daar de herder en zijn echtgenote de zonen van Rhea Silvia samen met hun eigen kinderen grootbrachten.