Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Disco > Boek 1

Hoofdstuk 16, tekst B

Zodra Lucretia hen zag begon ze te huilen en ze zei tegen HAAR MAN:
"De sporen in het bed zijn van een vreemde man, Colatinus.
Het is Sextus Tarquinius die me vorige nacht heeft verkracht met geweld.
Die heeft echter alleen mijn lichaam geschonden, mijn ziel is onschuldig.
Elke schuld aan mij is afwezig, maar toch wil ik niet langer leven."
Geschrokken verzekerde allen haar dat ze niet gezondigd had,
maar Lucretia's geest(hart) kon niet veranderen.
Zij nam plotseling een mes, dat ze onder haar kleding had verborgen, en zei:
"Alle kuise vrouwen mogen dit voorbeeld van mij volgen."
Vervolgens stak zij het mes in haar hart en viel stervend neer.
Terwijl haar man en vader om haar dood treurden, trok Brutus het bloedige mes uit haar wond en zei: "over dit kuise bloed zweer ik Tarquinius Superbus en zijn echtgenote en zijn misdadige kinderen uit Rome te zullen verdrijven."
Hij overhandigde het mes vervolgens aan Collatinus en vervolgens aan Lucretia’s vader.
Zij hadden gezworen, zoals hen voorgeschreven was.