Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Disco > Boek 1

Hoofdstuk 10, tekst B (versie 1)

Onbetrouwbare, waarom maak je in de winter de schepen klaar? Waarom wil je weggaan? Vlucht je voor mij?
Nadat je de kust van Afrika bereikte, heb ik je toch zeker goed ontvangen?
Heb ik je niet in mijn paleis uitgenodigd, waar jij de zwerftochten van de Trojanen hebt verteld?
Zijn we niet op jacht gegaan en in een grot terrechtgekomen?
Daarom smeek ik je bij deze tranen, bij onze liefde: ga niet weg.
Wegens jou haat koning Jarbas mij. Wegens jou heb ik Sychaeus gekwetst.
Zeg me: Waarom wil je me verlaten?
Aeneas zweeg lange tijd. Eindelijk zei hij: Koningin, je hebt me goed ontvangen.
Ik ontken het niet. Maar ik heb je nooit een huwelijk beloofd.
Vandaag verscheen Mercurius aan mij en beval me de goden te gehoorzamen en
in Italië een nieuw Troje voor mij en mijn vrienden te stichten.
Jij bouwt nu een nieuwe stad voor de Carthagers.
Sta mij toe in Italië een nieuw Troje te stichten.
De bevelen van de Goden dwingen mij weg te gaan.
Geloof mij: ik ga tegen mijn zin naar Italië!