Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Cicero

De Officiis I en II

De Officiis I

En uit deze dingen wordt dit begrepen, opdat wij terugkeren naar mijn uiteenzetting over plicht dat alle verlangens binnen de perken moeten worden gehouden en afgeremd moeten worden, en dat aandacht en nauwkeurigheid moeten worden opgewekt. Opdat wij niet iets zomaar en op goed geluk onnadenkend en onverschillig doen.
En wij zijn echter niet zo voortgebracht door de natuur dat wij gemaakt schijnen te zijn voor spel en scherts, maar eerder voor ernst en zekere serieuzere en gerichter bezigheden. Natuurlijk is het toegestaan je bezig te houden met spel en scherts, maar zoals we slaap en overige rustige momenten gebruiken, wanneer wij genoeg aandacht zullen hebben besteed aan ernstige en serieuze dingen. De soort zelf van het grappen maken moet niet uitgelaten en onbeheerst, maar hoogstaand en geestig zijn. Want zoals wij aan de kinderen niet elke vrijheid van het spelen geven, maar de vrijheid die niet onverenigbaar is met fatsoenlijk gedrag, zo moet de grap zelf n of ander licht van een rechtschapen karakter schitteren. In het algemeen is er dan een dubbelvoudig soort van grappen maken. Eentje onedel, brutaal, schandelijk, schaamteloos en de ander verfijnd, beschaafd, scherpzinnig, geestig, waarin niet alleen onze Plautus en de oude komedie van Attica, maar ook de boeken van de Socratische filosofen vol zijn, en wij bezitten veel geestige uitspraken van velen, zoals die door de oude man Cato verzameld zijn, die men spreuken noemt. Dus is het onderscheid van hoogstaande en onedele grappen makkelijk.

Het ene is als het op het juiste moment gebeurt, bijvoorbeeld op een moment van ontspanning, waardig aan de zeer ernstige mens, de ander is zelfs niet waardig aan een vrij man als schandelijkheid van daden wordt gebruikt of schaamteloosheid van de woorden. Zelfs bij het spelen moet een zekere maat behouden worden, opdat we ons niet al te zeer laten gaan in alles en wij niet afglijden tot een zekere schandelijkheid uitgelaten door plezier. Het Campus Martius en oefeningen van het jagen verschaffen echter rijkelijk eervolle voorbeelden van het spelen.

Maar het is van belang bij elk onderzoek naar het begrip plicht altijd voor ogen te houden, hoezeer de natuur van de mens het vee en de overige dieren overtreft. Maar de geest van de mens wordt gevoed door leren en nadenken of hij onderzoekt of hij doet altijd iets en hij wordt geleid door plezier van het kijken en luisteren. Ja, zelfs als iemand een beetje meer geneigd is naar pleziertjes, als hij maar niet behoort tot de soort van vee (want sommigen zijn mensen niet in feite, maar in naam), maar als iemand iets nobeler is, hoewel hij door plezier wordt gegrepen, verbergt hij en ontkent hij verlangen naar begeerte uit schaamteloosheid.

Hieruit wordt begrepen dat het genot van het lichaam de voortreffelijkheid van de mens niet voldoende waardig is en dat deze geminacht en verworpen moet worden en als er iemand zou zijn die enige waarde hecht aan genot, dat hij op nauwkeurige wijze maat moet houden bij het genieten ervan. Dus laat levensonderhoud en voeding van het lichaam zich richten op gezondheid en krachten, niet op plezier. En zelfs zullen wij begrijpen, als wij willen overwegen, welke voortreffelijkheid en welke waardigheid in onze natuur is, dan zullen wij begrijpen hoe schandelijk het is te zwelgen in luxe en op delicate en week leven, en hoe eervol het is om zuinig, beheerst, ernstig, sober te leven.

De Officiis II

Al deze dingen moeten wij, wanneer wij onderzoeken wat passend is omvatten met onze geest en gedachten; in de eerste plaats echter moet worden vastgesteld wie wij willen zijn en hoedanig en in welke soort van leven wij willen zijn, welke overweging het moeilijkst van allemaal is. Want bij het begin van de jeugd wanneer de zwakheid van het besluit het grootst is, dan bestluit eenieder voor zicht tot dit soort van het leven doorbrengen, waarvoor hij het meest een voorkeur heeft ontwikkeld. Dus wordt hij eerder verbonden aan een soort en koers van leven dan hij kon beoordelen wat het beste was. Want wat Prodius over Hercules zegt, zoals bij Xenophon staat, zodra hij volwassen werd, welke tijd is gegeven dor de natuur om te kiezen hoe eenieder de weg van leven zal inslaan, dat hij naar buiten is gegaan in eenzaamheid en dat hij daar zittend, lang en veel bij zichzelf heeft getwijfeld, toen hij twee wegen zag, n van plezier, de andere van deugd welke van beide beter was om in te slaan, dat dit aan Hercules, geboren uit het zaad van Iupiter, ten deel kon vallen, maar niet aan ons, die nabootsen eenieder heeft toegeschenen en wij die aangezet worden tot interesses en plannen daarvan. Maar meestal worden wij doordrenkt van de voorschriften van onze ouders, gewonnen voor gewoonte en gedrag van hen; de anderen worden geleid door het oordeel van de massa, wij wensen vooral die dingen die zeer mooi toeschijnen aan het grootste deel; toch hebben sommigen, hetzij door een zeker geluk, hetzij door goedheid van de natuur, zonder onderwijs van ouders de juiste weg gevolgd.

Dit soort van hen is vooral zeldzaam, er is een bijzondere soort van hen die tijd hebben om te overwegen, die of voorzien van uitstekende grootte van talent of door een voortreffelijke ontwikkeling en kennis of door beide zaken. Welke loop van het leven zij het liefst wilden volgen; in en deze overweging moet het hele besluit teruggevoerd worden tot de natuur van eenieder, want en in alle dingen die worden gedaan zoeken wij wat passend is op grond van ieders natuurlijke aanleg zoals boven is gezegd en in het op orde brengen van het gehele leven moet een veel grotere zorg aan de dag gebracht worden voor die zaak, opdat wij onszelf trouw kunnen blijven in ons hele leven en niet tekort schieten in een enkele taak.