Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Cicero

Catalinarische redevoeringen IV, 7 - 12

7. Ik zie dat er nog twee voorstellen liggen, n van Decimus Silanus die van oordeel is dat zij die geprobeerd hebben dit hier te vernietigen, ter dood moeten worden gebracht, een ander van Gaius Caesar die de doodstraf afwijst, maar alle verschrikkingen die overige straffen inhouden toejuicht.

Elk van beiden treedt overeenkomstig zowel de eigen waardigheid als het belang van de kwestie met grootste strengheid op. De een meent dat zij die geprobeerd hebben ons allen, het volk van Rome, van het leven te beroven, het rijk te vernietigen, alles wat de naam van het Romeinse volk draagt uit te roeien, geen seconde van het leven en de lucht die wij hier delen mogen genieten en brengt in herinnering dat dit soort straf in deze staat vaak is toegepast op misdadige medeburgers.

De ander is ervan overtuigd dat de dood door de onsterfelijke goden niet is ingesteld bij wijze van straf, maar f een door de natuur gegeven noodzaak f de bevrijding van hard werken en ellende is. Daarom hebben filosofen haar soms uit vrije wil, helden dikwijls zelfs met graagte gezocht. Detentie echter, en wel de levenslange vorm ervan, is beslist uitgevonden als bijzondere straf voor een goddeloze misdaad. Hij wil hen verdelen over de provinciesteden. Dit lijkt onrechtvaardigheid in te houden, als u het wil opleggen, een probleem, als u het voorstellen. Laat men er niettemin voor kiezen, als men er vr is.

8. Ik nu zal het op mij nemen en, naar ik hoop, mensen vinden die van mening zijn dat het niet past bij hun waardigheid datgene te weigeren, waartoe u besloten hebt omwille van aller belang. Hij koppelt hieraan een zware straf voor de provinciesteden, mocht iemand van hen uit de boeien breken. Hij omgeeft ze met afschrikwekkende surveillances en zulke die passen bij de misdadigheid van verdorven lieden. Hij bepaalt dat niemand van hen die hij veroordeelt, noch door de senaat noch door het volk zijn straf kan laten verzachten. Hij ontneemt hen zelfs de enige hoop die een mens in nood kan troosten. Hij laat verder hun goederen verbeurd verklaren. Voor goddeloze wezens laat hij alleen het leven over. Als hij dit hen zou hebben ontnomen, had hij in n klap vele psychische en lichamelijke ellende en alle straffen die op misdaden staan weggenomen. Opdat derhalve tijdens het leven een bepaalde angst de slechterikken zou zijn ingegeven, hebben vorige generaties gewild dat in de onderwereld zulke straffen zijn vastgesteld voor goddeloze mensen, omdat zij natuurlijk inzagen dat men voor de dood zelf geen diepe angst hoefde te koesteren, als deze waren opgeheven.

9. Ik zie nu, heren senatoren, wat in mjn belang is. Als u het voorstel van Gaius Caesar zult aannemen, omdat hij deze politieke richting is ingeslagen die men 'Links' vindt, hoef ik misschien minder angst te hebben voor de aanvallen van Links, als hj de indiener en verdediger is van dit voorstel. Maar als u het andere voorstel zult aannemen, werk ik mij - wie weet - nog meer in de nesten. Toch moet het belang van de staat het winnen van de afwegingen van mijn risico's. Wij hebben nu een voorstel van Caesar, zoals zijn eigen positie en het aanzien van zijn voorouders het wilde, als staat het borg voor zijn niet aflatende goede wil jegens de samenleving. Men heeft kunnen opmaken, wat het verschil is tussen de nietszeggendheid van demagogen en de ware volksgeest die om het heil van het volk geeft.

10. Ik zie dat van hen die zich graag als volksvertegenwoordigers zien, er menigeen afwezig is, klaarblijkelijk omdat hij bang is om uit hoofde van de burgers van Rome zijn stem uit te brengen. Zij hebben eergisteren nog burgers van Rome onder bewaking laten stellen en ter ere van mij tot een biddag besloten en gisteren aangevers de grootste beloningen toegekend. Voor een ieder staat nu vast wat hij die de hechtenis voor de aangeklaagde, de felicitatie voor de onderzoeker, de beloning voor de aangever heeft vastgesteld, ten aanzien van de gehele kwestie en aangelegenheid heeft besloten. Gaius Caesar daarentegen interpreteert de wet Sempronius als een die is ingesteld over Romeinse burgers: hij die een staatsvijand is, kan op geen enkele wijze staatsburger zijn; met andere woorden, de initiatiefnemer van de wet Sempronius is op bevel van het volk gestraft door de staatswet. Evenzo is hij van mening dat Lentulus zelf, die spilzieke verkwister, geen volksheld kan worden genoemd, omdat hij zulke scherpe, zulke wrede plannen heeft gehad met het verderf van het volk van Rome, met de ondergang van deze stad. Daarom aarzelt de meest milde en zachtmoedige man niet om Publius Lentulus uit te leveren aan gevangenschap in eeuwige duisternis en bepaalt hij voor de toekomst dat niemand zich erop kan beroemen dat hij hem van straf heeft ontheven en hierna een volksheld kan zijn waar het gaat om de vernietiging van het volk van Rome. Zelfs koppelt hij hieraan een verbeurdverklaring van bezittingen, opdat op alle lichamelijke en psychische kwellingen nog armoede en de bedelstaf volgen.

11. Als u daarom hiertoe zult besluiten, als u mij als partner voor de volksvergadering een aan het volk geliefd en sympathiek persoon zult toewijzen, of als u liever met het voorstel van Silanus instemt, zal het volk van Rome u en mij moeiteloos vrijspreken van blaam door wreedheid. Ik zal zelfs begrip ervoor weten te krijgen dat dit voorstel minder vergaand is. Trouwens, heren senatoren, kunnen we wreedheid nog bestraffen, als het om zo'n groot vergrijp gaat? Mijn oordeel is gebaseerd op mijn eigen waarneming. Laat mij namelijk samen met u van een samenleving in ongeschonden toestand genieten, z dat ik mij niet door mijn wrede aard laat leiden, omdat ik in deze kwestie tamelijk fel ben (wie is immers milder dan ik?), maar door een bijzondere vorm van menselijkheid en medelijden. Het lijkt wel alsof ik deze stad, lichtend voorbeeld voor de wereld en vesting van alle volkeren, plotseling zie ineenstorten in n vuurzee. Ik zie in gedachten in het graf dat ons vaderland is, stapels arme en onbegraven burgers; voor mijn ogen zweeft de waanzinnige blik van Cethegus die zich te buiten gaat aan een moordpartij onder u.

12. Wanneer ik nu mij Lentulus als alleenheerser heb voorgesteld, zoals hij op grond van voorspellingen, naar zijn eigen verklaring, had gehoopt, dat Gabinius zich voor hem in het purper had gehuld, dat Catilina met zijn leger was gekomen, ja!, dan huiver ik diep bij het geweeklaag van de huismoeders, bij de uittocht van jongens en meisjes en bij de mishandeling van de Vestaalse Maagden, en omdat ik deze dingen uiterst misselijk makend en meelijwekkend vind, zal ik drom streng en fel optreden tegen hen die die dingen willen uitvoeren. Want ik vraag u: als een huisvader, wanneer zijn kinderen door een slaaf zijn gedood, zijn vrouw vermoord, zijn huis in brand gestoken, niet een zo zwaar mogelijke straf heeft opglegd aan zijn slaven, zou u hem genadig en barmhartig vinden of zeer onmenselijk en wreed? Ik van mijn kant zou hem, die de eigen pijn en kwelling niet zal verzachten met de pijn en kwelling van de schuldige, gestoord en van steen vinden. Daarom zullen wij, als het om deze mensen gaat, die ons, onze echtgenotes, onze kinderen hebben willen vermoorden, die de huizen van een ieder van ons stuk voor stuk en dit volledige onderkomen van de staat hebben geprobeerd te vernietigen, die slechts erop uit zijn geweest om het volk van de Allobrogen op de puinhopen van deze stad en in de as van het afgebrande rijk te vestigen, barmhartig gevonden worden, als wij zeer fel zijn geweest. Maar als wij milder wilden zijn, moeten wij ons de naam laten welgevallen van de grootste wreedheid wat betreft de ondergang van vaderland en burgers.