Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Caesar

De Bello Gallico II

(...)Zij zijn de enigen die in de tijd van onze vaders, toen geheel GalliŽ werd geteisterd, de Teutonen en de Kimbren belet hebben hun grondgebied binnen te dringen. Daardoor komt het dat ze bij de herinnering aan die gebeurtenissen van zichzelf denken dat ze een groot gezag en grote ervaring hebben op militair gebied.De Remi zeiden dat ze over hun aantal alles hadden onderzocht. Omdat ze met hen verbonden zijn door bloed en aanverwantschap, wisten zij hoeveel manschappen ieder stam beloofd had naar die oorlog te sturen op de gemeenschappelijke vergadering van de Belgen. "De Bellovacen zijn onder hen het meest waard is moed, gezag en aantal manschappen. Zij kunnen 100.000 soldaten bijeenbrengen. Zij beloofden uit dat aantal 60.000 uitgekozen soldaten. Ze eisen het opperbevel van de hele oorlog voor zich op. De Suessionen zijn hun buren. Zij bezitten het uitgestrektste grondgebied en de vruchtbaarste akkers. Nog in onze tijd was Daviviacus koning, de machtigste man van heel GalliŽ, die niet alleen gezag verworven heeft over een groot deel van onze streken, maar ook over een groot deel van BrittanniŽ. Nu is Galba koning. Wegens zijn gevoel voor rechtvaardigheid en zijn wijsheid werd het oppergezag van de hele oorlog aan hem doorgegeven door de wil van allen. Zij hebben 12 vestingen en beloofden 50.000 soldaten, de NerviŽrs, die onder hen beschouwd worden als de wildsten en het verst verwijderd zijn, evenveel, de Atrebaten er 15.000, de Ambianen 10.000, de Morinen 25.000, de MenapiŽrs 7.000, de Caleten 10.000, de Veliocassen en de Viromanduers evenveel, de Atuatuken 19.000, de Condrusen, de Eburonen, de Caeroseu en de Paemanen, die in ťťn naam Germanen worden genoemd, worden geschat op 40.000." Het Puik Der Belgen Aan hun grenzen woonden de NerviŽrs. Toen Caesar navraag deed over hun aard en hun gebruiken, kwam hij geleidelijk tot de volgende bevindingen: dat er nog geen enkele handelaar was die bij hen was gekomen; dat ze niet duldden dat er wijn en overige zaken, die leiden tot genotzucht, invoerde, omdat ze meenden dat deze zaken de karakters verwekelijken en de dapperheid terug doen vallen; dat ze wilde mannen waren, heel dapper en dat ze de overige belgen die zich aan het Romeinse volk hadden overgegeven en hun voorvaderlijke dapperheid te grabbel hadden gegooid, beschimpten en beschuldigden en ze verzekerden hem dat ze geen gezanten zouden sturen en geen enkele voorwaarde tot vrede zouden aanvaarden. In De Hinderlaag Achter De Stroom Toen hij gedurende drie dagen over hun grondgebied had gereisd, kwam hij van de gevangenen te weten dat ze bij de Sabis niet meer dan tien mijl van zijn kamp verwijderd waren. En dat aan de overkant van die rivier alle NerviŽrs bij elkaar zaten en daar op de komst van de Romeinen wachtten samen met de Atrebates en de Viromandui, hun buurvolkeren. Want ze hadden deze beide stammen overhaald om hun geluk te beproeven in dezelfde oorlog. Dat ze ook troepen van de Atuatuci verwachtten en die waren nog onderweg; de vrouwen en zij die omwille van hun leeftijd onnuttig schenen voor het gevecht dreven ze samen op een plaats die omwille van de moerassen niet toegankelijk was voor een leger. Schrander Strijdplan Toen hij van hen deze dingen te weten was gekomen, zond hij verkenners en centurio's voorop, om een geschikte plaats voor het kamp uit te kiezen. Omdat uit de onderworpen Belgae en de overige GalliŽrs, die Caesar volgden en samen de reis maakten enkelen van hen, zoals men nadien te weten is gekomen, nadat ze in die dagen onze opstelling op mars hadden bestudeerd, `s nachts aankwamen bij de NerviŽrs en hen toonden dat er tussen elk van de legioenen een groot stuk legerkolonne liep en dat het niet zo'n moeite zou zijn om wanneer het eerste legioen in het kamp zou aangekomen zijn en de andere legioenen een heel eind verwijderd waren, zelfs nog voor ze hun persoonlijke bagage hadden kunnen afleggen; wanneer dat legioen en haar tros uiteengedreven zouden zijn, dan zouden de overige legioenen geen weerstand meer durven bieden. Het plan van hen die de zaak verraden hadden werd gesteund door het feit dat de NerviŽrs eertijds, omdat ze met hun ruiterij niets konden - en ze legden zich er nu ook niet op toe, maar al wat ze kunnen, zijn ze waard door hun infanterie - om des te gemakkelijker de ruiterij van de buurvolkeren, als deze op rooftocht naar hen waren gekomen, hadden belemmerd, door jonge boompjes te toppen zodat de takken in de breedte zouden uitgroeien en door het planten van braam- en doornstruiken ertussen, hadden ze bereikt dat de hagen, gelijk muren, waar men niet enkel niet door kon gaan, maar zelfs niet door kon kijken. Omdat deze zaken de tocht van onze legerstoet belemmerden, meenden de NerviŽrs dat ze de raad niet in de wind mochten slaan. Als Een Wervelwind 19. Caesar stuurde de ruiterij vooruit en volgde op korte afstand met alle hulptroepen; maar de indeling en de marsorde was anders dan de Belgen aan de NerviŽrs verteld hadden. Want, omdat hij de vijand naderde, liet hij zes gevechtsklare legioenen voorop marcheren, zoals zijn gewoonte was; hierachter had hij de tros van het hele leger verzameld; vervolgens sloten de twee laatstgelichte legioenen de hele kolonne, en zij dienden tot bescherming voor de tros. Onze ruiters, die samen met de slingeraars en de boogschutters de rivier waren overgestoken, bonden de strijd aan met de ruiterij van de vijand. Toen die zich herhaaldelijk in de bossen bij hun manschappen terugtrokken en vervolgens opnieuw vanuit het bos een aanval op de onzen deden, terwijl onze manschappen de wijkenden niet verder durfden te volgen dan tot waar de kale strook reikte, begonnen ondertussen de zes legioenen, na het afmeten van het terrein, een versterkt kamp op te slaan. Toen het eerste deel van onze legertros werd opgemerkt door diegenen die zich in de bossen verscholen hielden, wat het afgesproken ogenblik was om de slag te beginnen, stormden zij, zoals zij in het woud hun slaglinie en gelederen hadden opgesteld, plotseling met al hun troepen vooruit en vielen onze ruiters aan. Toen dezen gemakkelijk waren verslagen en in wanorde vooruitgejaagd, liepen ze met ongelooflijke snelheid naar de rivier zodat bijna ter zelfdertijd zowel bij het bos als bij de rivier als bij ons vijanden te zien waren. Met dezelfde snelheid rukten ze langs de tegenovergestelde heuvel op naar onze kampplaats en de mannen die in beslag waren genomen door de schansarbeid. 20. Caesar moest alles tegelijk doen: de purperen vlag hijsen, wat het sein was, telkens als men te wapen moest lopen, de soldaten terugroepen van het schanswerk, diegenen die een beetje verder waren vooruitgegaan om het materiaal voor de wal te gaan halen terughalen, de slaglinie opstellen, de soldaten aanmoedigen en het teken met de krijgstrompet geven. Het tijdsgebrek en het aanstormen van de vijand verhinderde voor een groot deel deze zaken. Twee omstandigheden verhielpen echter deze moeilijkheden: de kundigheid en de ervaring van de soldaten, omdat zij door vroegere gevechten getraind waren, zodat zij niet minder gemakkelijk zichzelf konden voorschrijven dan de bevelen van anderen te moeten krijgen, en het feit dat Caesar de afzonderlijke onderbevelhebbers had verboden zich te verwijderen van hun respectievelijke legioenen en van het schanswerk; tenzij hun kampen opgesteld stonden. Dezen wachtten wegens de nabijheid en de snelheid van de vijand helemaal niet meer op het bevel van Caesar, maar zij troffen uit zichzelf die maatregelen die hun noodzakelijk leken. 21. Nadat Caesar de hoogstnoodzakelijkste bevelen had gegeven, daalde hij af om zijn soldaten aan te sporen en op goed geluk kwam hij aan bij het tiende legioen. 23. Zoals zij op de linkervleugel van de slaglinie opgesteld stonden, wierpen de soldaten van het negende en het tiende legioen hun speren en dreven de Atrebates (want tegenover hen stond die vleugel opgesteld) die door de afmattende stormloop buiten adem waren en uitgeput door hun wonden vanop een hogergelegen plaats snel terug de rivier in. Toen dezen trachtten over te steken, achtervolgden zij hen met het zwaard in de vuist en doodden een groot deel van hen in hun belemmering. Zelf aarzelden ze niet om de stroom over te steken, en, hoewel gevorderd op ongunstig terrein, joegen ze de vijand op de vlucht. Elders ook hadden twee van elkaar gescheiden legioenen, het elfde en het achtste, de ViromandiŽrs, met wie ze slaags geraakt waren, van de hoogte teruggeslagen en ze waren met hen op de oever zelf van de rivier aan het vechten. Maar nu bijna heel de legerplaats aan de voor- en linkerzijde onbeschermd was, terwijl op de rechtervleugel het 12de en niet ver van dat legioen het 7de had postgevat, rukten de NerviŽrs op in dichte gelederen onder leiding van Boduognat die het opperbevel voerde, naar die plaats; een deel van hen begon de bergflank te omsingelen en een ander deel ging naar de achterkant. Maar toen het twaalfde legioen en niet ver van hen verwijderd het zevende in de rechtervleugel van het kamp dat bijna helemaal onbeschermd was langs de voorkant en de linkerkant, gingen staan, haastten de NerviŽrs zich in dichte gelederen onder leiding van Boduognat die het hoogste bevel voerde, naar die plaats; een deel van hen begon de rechterflank te omsingelen en een ander deel ging naar de achterkant. 24. Op hetzelfde ogenblik trokken onze ruiters en de lichte infanterie, die hen hadden vergezeld en die zoals ik had gezegd door de eerste aanval van de vijand op de vlucht waren geslagen, zich in het kamp terug. Toen liepen zij recht in de armen van de vijand en opnieuw sloegen zij op de vlucht in een andere richting. De knechten, die van bij de achterpoort op de hoogste bergkam bemerkt hadden dat onze overwinnaars de rivier hadden overgestoken en om te plunderen naar buiten gingen, sloegen hals over kop op de vlucht toen zij omkeken en zagen dat de vijand in ons kamp rondliep. Tegelijk brak het geschreeuw los van de mannen die de tros vergezelden en in paniek stoven ze uiteen in alle richtingen. De ruiters van de Treveren, bij de GalliŽrs uitzonderlijk vermaard om hun dapperheid, die door hun stam uitgestuurd naar Caesar waren gekomen om hem hulp te vragen, waren diep onder de indruk van dat alles. Toen zij zagen dat onze legerplaats volstroomde met een massa vijanden en dat de legioenen in het nauw werden gedreven en bijna in omsingeling vastzaten, dat de knechten, de ruiters, de slingeraars en de NumidiŽrs uiteen gedreven en uiteengeslagen in alle richtingen vluchtten, keerden ze, ontmoedigd door onze toestand, naar huis terug; daar meldden ze aan hun stam dat de Romeinen verslagen en overwonnen waren en dat de vijanden zich meester hadden gemaakt van hun tros. Caesar in de voorste linie. Nadat Caesar het tiende legioen had aangespoord trok hij naar de rechtervleugel, en toen hij had gezien dat zijn soldaten in het nauw waren gedreven, omdat de tekens op een plaats waren samengebracht, zodat de dicht op elkaar gepakte soldaten van het 12de legioen elkaar hinderden, en alle honderdmannen van het het 4de cohorte allen gedoodwaren, zodat de vaandrig was gedood en het teken was verloren gegaan, zodat de hondermannen van de overige cohorten bijna allemaal gedood of gewond waren, en onder was er een zekere Primus Pilys P. Sextio Baculus, een zeer dapper man, die was afgemat door vele ernstige wonden, zodat hij zich reeds niet meer kon rechthouden, en toen C. ook gezien had dat de overige legioenen te traag waren en dat enkelen van de nieuwelingen zich verwijderden van het slagveld en de wapens ontweken, dat de vijanden hun beklimming vanaf de lager gelegen plaats van voren niet onderbraken en aan elk van beide kanten druk uitoefenden en omdat de situatie kritiek wed en omdat er geen enkele hulp was die hij kon plaatsen, en nadat hij het schild van ťťn van de nieuwelingen had afgenomen, omdat hij zelf zonder schild was gekomen, ging hij verder naar de voorste linie, en hij riep honderdmannen bij naam, en de spoorde de overige soldaten aan en hij beval om de tekens te brengen de manipels te verruimen, zodat die gemakkelijker hun zwaarden zouden kunnen gebruiken. Zijn komst bezielde de soldaten met nieuwe hoop en moed en omdat iedereen ondanks het extreme persoonlijke gevaar onder de ogen van de veldheer zijn uiterste best wilde doen, werd de aanval der vijanden althans enigszins vertraagd. 4.Rome zegeviert. De situatie klaart op. Toen C. zag dat het 7de legioen dat ernaast was opgesteld, eveneens door de vijand in het nauw scheen gebracht te worden, beval hij de krijgstribuun, aangezien de legioenen zich geleidelijk verbonden, om zich om te keren en de vijand aan te vallen. Toen dit gedaanwas, begonnen ze heviger weerstand te bieden en dapperder te vechten, omdat ze elkaar hulp boden en niet meer bevreesd waren dat ze afgekeerd van de vijanden omsingeld konden worden. Intussen waren de soldaten van de 2 legioenen die in de achterhoede de legertros ter bescherming waren , na het bericht van de slag, nadat ze wat sneller waren gaan lopen op de heuveltop door de vijanden opgemerkt en toen Labienus, die na het bemachtigen van het kamp bemerkt had vanop de hoger gelegen plaats welke zaken zich afspeelden in het kamp, zond hij het 10de legioen als hulp voor onze manschappen. En toen zij begrepen hadden in welke toestand de zaak verkeerde en in wat een groot gevaar zowel het kamp als de legioenen als de imperator verkeerden uit de vlucht van de trosknechten en de ruiters liepen ze nog wat harder. Tot de laatste man. En door hun komst zijn de zaken zo verandert dat onze soldaten, zelfs die die door wonden afgemaakt voorover lagen, op hun schilden steunend, opnieuw op volle kracht begonnen, en de schildknapen gingen, nadat ze totaal verschrokken de vijand hadden gezien, de vijand ongewapend tegemoet, en de ruiterij betoonde zich op alle plaatsen van het front dapperder dan de legioenssoldaten om de lafheid van hun vlucht uit te wissen. Maar zelfs de vijand stelde zich in hun uiterste hoop ..., zodat, toen de eersten vanhen waren gesneuveld, gingen ze staan op de gesneuvelden en vanop hun lichamen streden ze, en nadat er nog meer sneuvelden en uit de opeengehoopte lichamen een heuveltje was ontstaan, wierpen ze wapens van onze soldaten en speren nadat ze die uit de lucht hadden gegrepen terug: zodanig dat men moet menen dat zon'n dappere mannen niet voor niets het aangedurfd hebben om een heel brede rivier over te steken en om de stijle oevers te beklimmen en om zich op een bijzonder ongunstige plaats te begeven; wat hun dapperheid van heel moeilijk tot gemakkelijk had gemaakt. Caesar grootmoedig. Na deze veldslag en nadat het volk en de naam van de NerviŽrs bijna tot de vernietiging was herleid, zonden de oudsten, die, zoals we gezegd hadden, samen met de kinderen en de vrouwen in de beemden en de moerassen samengebracht waren, in de mening dat de overwinnaars tot alles in staat waren en de overwonnenen voor niets veilig waren, met goedkeuring van diegene die over waren, gezanten naar Caesar en gaven zich over aan hem. En bij het in herinnering roepen van de ramp die hun volk had getroffen, zeiden ze dat het aantal van hun 600 officieren teruggebracht was tot 3, dat er van hun 60.000 soldaten nauwelijks 500 overbleven die een wapen konden hanteren. En Caesar bewaarde, omdat hij gezien wordt als iemand die tegenover de ellendelingen en de smekelingen barmhartig is, genadig hun leven en liet hij hen in het bezit van hun grondgebied en hun steden, en beval de buurvolkeren om zich en hun volk te onthouden van alle onrecht en misdaad.