Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Bello Gallico > Boek 3

Tekst 8: Aanleiding tot de oorlog.

Van deze stam (nl. de Veneti) is de macht verreweg het grootst van die gebieden van de hele zeekust, omdat de Veneti Ún de meeste schepen hebben, Ún(omdat) ze de anderen/overigen overtreffen in kennis van en praktijkervaring met zeevaart Ún (omdat ze) aangezien de zee enorm stormachtig en open is en (aangezien) er slechts weinig havens tussenin liggen, (havens ), die ze zelf onder controle hebben, bijna allen, die gewend zijn de zee te gebruiken, als schatplichtigen hebben. Door dezen/hen werd een begin gemaakt met het vasthouden van Silius en Velanius en als ze enkelen te pakken konden krijgen/wie ze verder maar te pakken konden krijgen, omdat ze dachten dat ze door hen de gijzelaars, die ze aan Grassus hadden gegeven, zouden terugkrijgen. De buren, door het gezag van dezen/hen ertoe gebracht, hielden, aangezien de besluiten van de Galli plotseling en "zonder overleg" zijn. vanwege dezelfde reden Trebius en Terrasidius vast. en nadat snel gezanten waren (rond) gezonden, zwoeren ze onderling bij monde van hun leiders dat ze niets behalve in gemeenschappelijk overleg zouden doen en dat ze allen dezelfde afloop van het lot zouden dragen, en ze hitsten de overige stammen op opdat zij liever aan die vrijheid die zij van hun voorouders hadden ontvangen wilden vasthouden dan de slavernij van de Romeinen verdragen. Nadat de hele zeekust snel naar hun mening was overgehaald stuurden ze een gemeenschappelijk gezantschap naar P.C. (met de boodschap), dat, als hij de zijne/zijn gijzelaars wilde terugkrijgen, hij hun gijzelaars aan hen moest terugsturen.