Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Bello Gallico > Boek 2

Tekst 11: De terugtocht wordt een ramp!

Nadat deze zaak zo besloten was, waren ze tijdens de tweede nachtwake met veel lawaai en tumult het kamp uitgegaan, zonder orde en ook niet onder gezag, aangezien ieder voor zich de eerste plaats van de reis verlangde en ieder zich haastte thuis te geraken, en ze zorgden ervoor dat hun vertrek op een vlucht leek. Nadat Caesar deze zaak door verspieders vernomen had, hield hij het leger en de ruiterij in het kamp, uit vrees voor hinderlagen, aangezien hij nog niet doorzien had om welke reden ze weggingen. Nadat de zaak door verspieders bevestigd was, zond hij bij het eerste daglicht de hele ruiterij, die de achterhoede van de Belgen moesten ophouden en stelde de gezanten Quintius Pedius en Lucius Aurunculeius Cotta aan het hoofd van hen. Hij beval Titius Labienus hen samen met 3 legioenen op de voet te volgen. Ze vielen de achterhoede aan en volgden hen vele duizenden passen. Ze doodden een groot aantal van hen op de vlucht, want de achterhoede, bij wie de Romeinen gekomen waren, bleef staan en dapper de aanval van onze soldaten opvingen, maar de eersten, aangezien ze van het gevaar verwijderd schenen te zijn en ze door enige noodzaak noch door bevel bijeengehouden werden, plaatsten allen hun hulp in de vlucht, hoewel ze het geschreeuw duidelijk gehoord hadden en nadat de gelederen in verwarring gebracht waren. Zo doodden de onzen zonder enig gevaar zon grote menigte als het resterende daglicht hun veroorloofden. Bij zonsondergang hielden ze op met achtervolgen en keerden ze terug naar het kamp, zoals hen bevolen was.