Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Basis

35, De slaaf en de verdubbeling van het vierkant

Toen dan Menon aan Sokrates verzocht aan te tonen dat die dingen zo zijn als hij zei: En Sokrates verzocht hem een van zijn vele slaven erbij te roepen, opdat hij het zou aantonen: Ok, jij slaaf kom eens hier. Sokrates: Houd je aandacht erbij of hij schijnt het te herinneren ofwel het van mij te leren, Menon: Maar ik zal opletten. Sokrates: Je ziet Menon dat ik hem deze dingen niet onderweer maar ik vroeg alles, opdat ik jou aantoon dat hij zich alles herinnert. En nu meent hij te weten hoe een vierkant van 8 voet zal ontstaan. Of lijkt het jou niet? Menon: Aan mij lijkt het zo. Sokrates: Hij weet het dus Menon: Zeker niet. Sokrates: Meent hij het te weten? Menon: Ja Sokrates: Aanschouw hem terwijl hij zich stap voor stap herinnert zoals het nodig is om zich ter herinneren. Toen vroeg Sokrates aan Menon: Besef jij hoeveel al de slaaf zich herinnert. Want eerst wist hij niet welke de zijde van vierkant van 8 voet zal zijn, maar toen meende hij die zijde te weten. En hij antwoordde als een wetende. Nu dat beseft hij echt dat hij het niet weet. Is hij niet in enig opzicht vooruitgegaan, Menon? Toen Menon hiermee had ingestemd zei Sokrates: Ik veroorzaakte dus dat hij zich geen uitweg wist, niet om hem te beschadigen, maar om te veroorzaken dat hij het vind zoals het is. Nu dus zal hij zoeken omdat hij het niet weet, maar toen straks meende hij te meten wat hij niet wist. Hij profiteerde er dus van dat hij niet in moeilijkheden kwam en verlamt raakte. Menon: Lijkt me wel. Sokrates: Let nu op, opdat jij beseft dat hij uit de uitwegloosheid ook de rest zal vinden, zoekende met mij, terwijl ik niet onderwijs maar vragen stel. Daarop vroeg Sokrates aan Menon: Zie je Menon dat de slaaf bepaalde meningen uitsprak of dingen die hij niet wist. Menon: Ik zie het. Sokrates: Zijn die meningen van iemand anders of van hem zelf? Menon: Van hem zelf. Sokrates: Hij die het niet weet heeft dus ware meningen over dat wat hij niet wist. Menon: Schijnbaar. Sokrates: Terwijl iemand dus de slaaf vaak dezelfde dingen vraagt, opdat die meningen en inzichten meer duidelijk worden bij hem, zal hij tenslotte bereiken dat hij een nauwkeurige kennis over die dingen heeft. Niet nadat iemand onderwezen heeft maar vragen heeft gesteld zal hij weten, nadat hij zelf de kennis uit zichzelf heeft opgediept. Of schijnt het jou niet toe? Menon: Ja. Sokrates: Naar ik meen is het zelf uit zichzelf halen van kennis het herinneren, of niet? Menon: Ja Sokrates: Omdat onze geest dus onsterfelijk is en de waarheid van de werkelijkheid er altijd in aanwezig is zal het nodig zijn dat wij ons altijd inspannen opdat we zullen zoeken met veel inzet en oefening en te herinneren datgene wat we toevallig nu niet weten zullen. Wij zullen dat doen, opdat wij tenslotte een nauwkeurige kennis over die dingen hebben. Menon: Je lijkt me het goed te zeggen, Sokrates.