Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Aurora Latijn > 2e Jaar

Unit 5, tekst 1: Op een vraag krijg je soms niet het verhoopte antwoord

1.Antiochus toonde aan Hannibal in de vlakte zijn reusachtige troepen,
die hij op de been gebracht had, omdat hij van plan was oorlog te voeren tegen het Romeinse volk. Hij liet zijn leger paraderen, dat schitterde door de zilveren en gouden kentekens. Hij liet zelfs strijdwagens met zeisen,olifanten met torens
en de ruiterij, schitterend door de zadels en de teugels,optreden.
En daar kijkt de koning bij de aanblik van zo'n rijkelijk uitgedost leger Hannibal aan en zegt :
"Denk jij dat dit alles genoeg is voor de Romeinen ?"
De Puniėr wilde op dat moment niet spreken over de lafheid van de rijkelijk bewapende soldaten en zei :
"Ik geloof zeker dat dit genoeg is voor de Romeinen, omdat ze zeer hebzuchtig zijn."

2. Toen Nasica naar Ennius kwam en toen het dienstmeisje aan haar zei dat de dichter niet thuis was,
had zij het gevoel dat het dienstmeisje dit zei op bevel van haar meester, dat hij niet thuis was.
Enkele dagen later, toen Ennius naar Nasica kwam en hij aan de deur naar hem vroeg, riep Nasica luid :
"ze is niet thuis !" waarop Ennius zei : "Wat ? Herken ik daar jouw stem niet ?" Hierop zei Nasica :
"Jij bent een onbeschofte man, toen ik om jou vroeg, heb ik je dienstmeisje geloofd, en jij gelooft zelfs mij niet."

3.Jij vraagt me, Linus, wat mijn akker me opbrengt in Nomentum.
Dit brengt de akker mij op : daar zie ik jou, Linus, niet meer.
Waarom zend ik mijn boekjes niet naar jouw, Pontialus ?
Omdat jij je boeken niet naar mij zou zenden.

4. Augustus had tijdens het avondmaal met veel genoegen naar muzikanten geluisterd.
Aan andere artiesten had hij voordien met gulle hand geld gegeven, maar zij kregen slechts een handvol graan.
Wanneer Augustus bij een ander avondmaal weer naar hen vroeg,
excuseerde hun chef zich met de woorden : "Ze zijn naar de molen."