Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Aurora Latijn > 2e Jaar

Unit 3, tekst 2: Hoe word je rijk ?

Ik verlangde handel te drijven. Ik bouwde vijf schepen, belaadde ze met wijn en stuurde ze naar Rome. Alle schepen vergingen ľ het is (echt) gebeurd, geen verzinsel. Op ÚÚn dag verslond Neptunus dertig miljoen sestertiŰn. Denk je dat ik het heb opgegeven? Ik bouwde andere (schepen), grotere, betere en voorspoedigere. Jullie weten, een groot schip heeft een grote weerstand.
Ik belaadde ze opnieuw met wijn, spek, bonen, zalf en slaven. Bij deze gelegenheid deed Fortunata een liefdevolle zaak: ze verkocht immers al haar goud, al haar kleren en plaatse honderd goudstukken in mijn hand.
Snel gebeurde wat de goden wilden. In ÚÚn vaart verdiende ik de ronde som van tien miljoen sestertiŰn. Onmiddellijk kocht ik alle landerijen die van mijn patronus waren geweest. Ik bouwde een huis, kocht de te koop aangeboden lastdieren op. Al wat ik aanraakte groeide als een honigraat.