Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Atrium

Tekst 5.3: Haemus, de schrik van Etruri√ę

Op reis beste makkers, heb ik een jongeman ontmoet die heel erg verlangde in onze groep te worden opgenomen en hij lijkt mij zeer geschikt. Daarom heb ik hem hierheen geleid, maar ik heb hem bevolen buiten het kamp te blijven. Daar wacht hij jullie menig af. Met luid geroep en applaus werden zijn woorden goedgekeurd en hij werd bevolen de jongeman te brengen (hier te leiden). Zo ging hij weg en hij keerde weldra terug met de jongeman, die een kop groter was dan alle rovers. (lett: met een heel hoofd overtrof) Die groette hem op deze manier: \"gegroet, dapperste rovers! Neem een man OP met echt grote moed, die gevechten en wonden verkiest boven goud en die de dood zelf helemaal niet vreest. Ik ben immers Haemus, een zoon van een zeer bedreven rover, opgevoed door mijn vader tussen de rovers. Ik heb in die school alle knepen van een roofoverval grondig geleerd. Tenslotte heb ik aan het hoofd gestaan van zeer sterke bende rovers, met wiens hulp ik heel EtruriŽ plunderde. Maar plotseling ben ik door de godin Fortuna op onrechtvaardige manier in de steek gelaten. Want aangezien we toevallig een vriend van de keizer hadden beroofd, is een grote menigte van soldaten tegen ons uitgestuurd. Mijn makkers zijn allen tot de laatste man gesneuveld. Alleen ik ben ontsnapt aan de muil van de onderwereld. Je mag me niet arm vinden, want er zijn voor mij (of: ik heb) enkele resten over van mijn rooftochten". Dan haalde hij een zak tevoorschijn, waaruit hij een overvloed van goudstukken op de tafel uitgoot en hij zei: "Dit, vrienden, bied ik jullie graag aan. Alsjeblief, ontvang dit klein geschenk van mij en neem mij op in jullie groep." Noch getreuzel noch aarzeling: dadelijk werd hij opgenomen in hun groep.