Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Ascensus > 4e Jaar

De catilinae coniuratione, hoofdstuk 17

Dus omstreeks de Kalenden van juni, onder het consulaat van Caesar en Figulus, sprak hij hen elk afzonderlijk voor het eerst toe, de enen spoorde hij aan, de anderen polste hij, hij toonde hen zijn machtsmiddelen, de onvoorbereidde staat, en de grote beloningen van de samenzwering. Toen hij voldoende uitgezocht had wat hij wilde, riep hij ze allemaal naar één plaats samen, die de grootste nood en de meeste durf bezaten. Daarheen kwamen samen uit de senatorenstand: P. Lentulus Sura, P. Autronius, L. Cassius Longinus, C. Cethegus, P. en Ser. de zonen van Ser. Sulla, L. Vargunteius, Q. Annius, M. Porcius Laeca, L. Bestia en Q. Curius. Bovendien uit de ridderstand M. Fulvius Nobilior, L. Statilius, P. Gabinius Capito en C. Cornelius, bovendien velen uit de kolonies en de municipia, de plaatselijke adel. Bovendien waren er heel wat edelen, wat meer in het geheim, betrokken bij deze samenzwering, dewelke eerder de hoop op heerschappij aanspoorde dan de armoede of een ander gebrek. Overigens was het merendeel van de jeugd, maar vooral die van adel, Catilina's plannen gunstig gezind, zij hadden de mogelijkheid in vrede, schitterend en aangenaam te leven, maar zij verkozen het onzekere boven het zekere en de oorlog boven vrede. Er waren er ook in die tijd die geloofden dat L. Crassus op de hoogte was van dit plan. Aangezien Pompeius, zijn vijand, een groot leger aanvoerde, wilde hij dat de machtsmiddelen van om het even wie groeiden tegenover de macht van hem, omdat hij er tegelijkertijd op vertrouwde dat indien de samenzwering zou slagen, hij gemaakkelijk hun leider zou zijn.