Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Ascensus > 3e Jaar

3 Plinius, Epistula IX, 6, 1-3

1 Gans deze tijd heb ik in een heel aangename rust doorgebracht tussen de schrijftafeltjes en geschriften. "Hoe heb je dat gekund in de stad?" vraag je. Er waren circusspelen, en door zo'n soort schouwspel word ik zelfs niet in het minst geboeid. Het is niets nieuws, niets afwisselends, niets dat nie volstaat om eenmaal gezien te hebben.2 Des te meer verwonder ik mij erover dat zoveel duizenden mensen zo kinderachtig en herhaaldelijk verlangen om lopende paarden, mensen die op renwagens staan te zien. Als ze toch zouden aangetrokken worden door ofwel de snelheid van de paarden, ofwel de vaardigheid van de mannen,dan zou er nog veel verstand mee gepaard gaan. Nu juichen ze een lap stof toe, een lap stof aanbidden ze en als in volle draf en in het midden van de wedstrijd deze kleur naar hier en die kleur naar daar zou worden verplaatst(of: als...de kleuren zouden verwisselen van positie), dan zal de belangstelling en gunst overgaan. En plotsteling laten ze die wagenmenners, die paarden in de steek die ze in de verte herkennen en wiens namen ze roepen.3 Zo'n grote gunst, zo'n grroot aanzien zit er in een goedkope tunica.