Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Ascensus > 3e Jaar

1 Caesar, thema 5: Tekst 2

§5. De menigte bestaande uit kinderen en vrouwen (want ze hadden met hun al hun familieleden hun thuisland verlaten en waren ze de Rijn overgestoken) begon te vluchten naar alle kanten. Caesar stuurde zijn ruiterij om op hen jacht te maken. §1. De Germanen hoorden achter hun rug geroep. Toen ze zagen dat hun familieleden gedood werden, wierpen ze de wapens weg, lieten ze de militaire veldtekens achter en stormden ze weg uit het kamp. §2. En toen ze aan de samenvloeiing van de Rijn en de Maas aangekomen waren, wanhoopten ze aan de afloop van de vlucht. Een groot aantal werd gedood, de overigen stortten zich hals over kop in de rivier en daar kwamen ze, overweldigd door angst, door vermoeidheid en door de stroming van de rivier om. §3. De onzen waren allen tot de laatste man ongedeerd en zeer weinig gekwetst. Na de vrees voor zo'n grote oorlog, omdat het aantal vijanden 430.000 mensen geweest waren, trokken ze zich terug in het kamp. §4. Caesar gaf de onderhandelaars, die hij in zijn kamp vastgehouden had, de gelegenheid om weg te gaan. §5. Deze vreesden de martelingen en folteringen door de Galliėrs, van wie ze de landen hadden geplunderd, en zeiden dat ze bij hem wilden blijven. Caesar stond hen hun vrijheid toe.