Hoofdstuk 28, tekst A: Veroordeelden als gemeente-slaven
Categorie: Boek > Fortuna > Boek 2 nieuwe druk
GAIUS PLINIUS AAN KEIZER TRAJANUS
1 Toen ik dat gehoord had, heb ik lang en veel geaarzeld, wat er door mij gedaan moest worden. Want die veroordeelden na lange tijd alsnog te straffen, vond ik te streng. Want het gaat om oude mannen en mensen die bescheiden leven. Ze kunnen/moeten ook niet in de openbare ambten behouden worden.
5 Dat diezelfde mensen echter werkeloos door de staat werden onderhouden vond ik ongeschikt, dat zij niet onderhouden werden scheen mij ook gevaarlijk.
Daarom meende ik dat u over deze zaak geraadpleegd moest worden.
U zult misschien vragen hoe het is gekomen, dat ze van de straffen, waartoe ze waren veroordeeld, werden ontslagen. Ook ik heb het onderzocht, maar ik ben niets
10 te weten gekomen, wat ik u kan bevestigen.
Weliswaar werden de besluiten, waardoor ze veroordeeld waren, tevoorschijn gebracht, maar geen documenten bewijzen dat zij vrijgesproken zijn. Er waren mensen die om genade smekend zeiden, dat zij op bevel van de proconsuls of van de onderbevelhebbers waren weggestuurd.

TRAJANUS AAN PLINIUS
U bent daarom naar die provincie gestuurd, omdat ik meende dat daar veel
15 verbeterd moest worden. Want niet alleen moeten de veroordeelden zonder officiële toestemming, zoals u schrijft, niet van de straf worden vrijgesproken, maar ook moeten ze niet weer in de positie worden geplaatst van fatsoenlijk personeel. Zij dus die in de laatste tien jaar zijn veroordeeld en zonder officiële toestemming zijn vrijgelaten, zullen alsnog gestraft moeten worden. Als er sommige
20 oudere mensen zullen worden gevonden en oude mannen, die tien jaar daarvoor/geleden veroordeeld zijn, die zullen verdeeld moeten worden onder die diensten, die niet ver van straf af zijn/staan. Zij zullen tewerkgesteld moeten worden bij badhuizen, bij de reiniging van riolen, (en) eveneens bij de aanleg van wegen.